|












| |
|
|
|
|
|
Voordelen voor werkgevers van
mensen met structurele functionele beperkingen
Nogal wat werkgevers zijn
huiverig om mensen met een ziekte of beperking in dienst te nemen.
De meeste werkgevers zijn bang dat een werknemer met beperkingen
eerder ziek wordt, of minder presteert dan iemand die geen
beperking heeft. Dit maakt het voor iemand met een ziekte of beperking
moeilijker om werk te vinden. Om het voor u als werkgever aantrekkelijk
te maken om met iemand met een beperking in zee te gaan, zijn er financiële
voordelen in het leven geroepen.
 |
Als uw
werknemer ziek wordt, moet u als werkgever het loon doorbetalen.
Maar de eerste vijf jaar dat u iemand met een beperking in dienst
hebt, compenseert het UWV dat
met een Ziektewetuitkering. Dit heet de no-risk
polis. Deze regeling geldt vanaf één
januari 2006 alleen nog
voor bepaalde groepen werknemers met beperkingen.
|
 |
Wordt uw
werknemer tijdens de looptijd van de no-risk polis ziek en komt deze
hierdoor (opnieuw) in de WAO/WIA,
dan heeft dat geen gevolgen voor de premie WAO/WIA die u moet
betalen.
|
 |
Als u
een persoon met structurele functionele beperkingen aanneemt of in
dienst houdt, krijgt u korting op de WAO- en WW-premie die u moet
betalen. Het bedrag dat u bespaart, kan u gebruiken om noodzakelijke
aanpassingen op de werkplek aan te brengen.
|
 |
Maakt u veel
kosten om iemand met een ziekte in dienst te kunnen nemen of houden,
dan kunt u daarvoor een extra subsidie krijgen.
|
 |
Al deze
regelingen zijn speciaal gericht op mensen met een
structurele functionele beperking. Daarnaast zijn er ook regelingen
die gericht zijn op het in dienst houden of nemen van oudere
werknemers, beperking of niet.
|
 |
U hoeft
geen basispremie WAO/WIA te betalen voor werknemers die op één
januari
van het kalenderjaar 54½ jaar of ouder zijn.
|

Wat betekent de nieuwe wet WIA?
Als werkgever
heeft u er alle belang bij dat uw werknemers gezond aan het werk blijven
en na ziekte snel weer aan het werk zijn. Daar bent u samen met hen
verantwoordelijk voor. Er bestaan al duidelijke afspraken en regels voor
voorkoming van ziekte op de werkplek. Wordt onverhoopt toch een
werknemer van u ziek en gaat dat langer duren dan een paar dagen of
weken? Dan gaat u samen met hem of haar zoeken naar oplossingen om
terugkeer naar het werk mogelijk te maken.
Vanaf
één
januari
2004 geldt dat u niet één
jaar, maar zo nodig twee jaar lang het loon
doorbetaalt (minimaal 70% per jaar, maximaal 170% over twee jaar). Lukt
het de werknemer, ondanks alle inspanningen, in twee jaar niet om weer
helemaal aan de slag te gaan? In de 'oude' WAO zou uw werknemer na één
jaar al een uitkering krijgen, als hij of zij geheel of gedeeltelijk
arbeidsongeschikt is. Maar wie na één
januari 2004 ziek wordt, krijgt te
maken met de nieuwe WIA. In de WIA kijken de verzekeringsartsen van UWV
na twee jaar ziekte vooral naar wat uw werknemer nog wél kan.
Bij de WIA ligt
de nadruk op het resterende arbeidsvermogen van de arbeidsongeschikte
werknemer. De WIA stimuleert het benutten van dit arbeidsvermogen,
enerzijds door (méér) werken te “belonen”, anderzijds door het
niet of onvoldoende benutten van de resterende verdiencapaciteit te
“bestraffen”.
Dit is terug te zien in het uitkeringsregime van de WIA:
 |
De werknemer
die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is (die dus met arbeid
meer dan 65% van zijn vroegere loon kan verdienen) is niet
arbeidsongeschikt voor de WIA en heeft dus geen recht op
WIA-uitkering;
|
 |
De werknemer
die zijn resterende verdiencapaciteit niet of onvoldoende benut is,
na verloop van tijd, aangewezen op een uitkering op minimumniveau;
|
 |
De werknemer
die erin slaagt méér te verdienen dan zijn theoretische
verdiencapaciteit wordt daarvoor beloond, doordat zijn
arbeidsinkomsten niet volledig worden gekort op de WIA-uitkering.
|
Bron HDSZ
|
|
|
|