Behouden van werk

 

Start
Werken
Wetgeving
Hulpmiddelen
Hulpverleners
Stress
Werkgever
Links
Veelgestelde vragen
Zoeken
Sitemap
Contact
Disclaimer

Hoe vertel ik het aan collega's, welke vooroordelen kan ik tegenkomen en hoe voorkom ik problemen, zijn vragen die worden behandeld. Daarnaast staan er adviezen van andere Parkinson patiënten hoe u uw werk kunt behouden. 

Wat vertelt u aan collega’s?

Als u bent aangenomen voor een nieuwe baan is het aan te raden kort voor, of nadat u aan het werk bent gegaan, uw leidinggevende en naaste collega’s in te lichten over uw Parkinson. Het blijkt dat hiermee eventuele vooroordelen vaak worden weggenomen.

Bij het informeren van uw collega’s kunt u gebruik maken van enkele vuistregels:

Praat alleen over uw eigen Parkinson en uw eigen klachten, dus niet over alles wat mensen met Parkinson kunnen krijgen.

Breng deze informatie op positieve wijze. Bijvoorbeeld: Doe niet ‘dramatisch’ over Parkinson, maar laat blijken dat u goed met uw Parkinson overweg kunt.

Vertel eventueel wat anderen kunnen doen om u te helpen, zodat u uw werk goed kunt doen.

 

Welke vooroordelen kunt u tegenkomen?

Het blijkt dat er nogal wat vooroordelen bestaan over het hebben van een chronische ziekte. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat iemand met een chronische ziekte niet meer kan werken. Uw (nieuwe) werkgever en collega’s kunnen er ook zo over denken. Dit soort vooroordelen kan het moeilijk maken om een baan te krijgen of te houden. Hierna noemen we een paar van die vooroordelen, samen met de tegenargumenten.

Veel verzuimen

Werkgevers kunnen bang zijn dat u door Parkinson veel zult verzuimen. U kunt ze dan uitleggen dat u niet vaker verzuimt dan anderen. Het blijkt dat mensen met een chronische aandoening in veel gevallen minder verzuimen dan hun gezonde collega’s, onder meer omdat ze erg gemotiveerd zijn om te werken.

Dure aanpassingen

Soms wordt gedacht dat een werknemer met Parkinson duur is omdat er aanpassingen of begeleiding nodig zijn. Het kan inderdaad nodig zijn dat uw werkplek door Parkinson aangepast moet worden, maar uw werkgever kan dit van de premiekorting bekostigen. Daarnaast zijn er Reintgratie instrumenten. 

De collega’s hebben er problemen mee

Werkgevers kunnen bang zijn dat uw collega’s niet goed met Parkinson overweg kunnen. Dit blijkt in de praktijk erg mee te vallen. Vooral als er (vooraf) voorlichting wordt gegeven over de ziekte van Parkinson, kunnen veel misverstanden direct uit de weg worden geruimd. Deze voorlichting kunt u zelf geven, maar het is ook mogelijk om dit via de Parkinson Patiënten Vereniging te regelen.

U hebt een achterstand in kennis

Een enkele keer wordt gedacht dat mensen door hun ziekte een achterstand in kennis kunnen hebben. Dit is natuurlijk onzin: uw deskundigheid heeft niets met Parkinson te maken, maar met uw opleiding, ervaring, eventuele bijscholing enzovoort.

Problemen voorkomen

Misschien kunt u uw werk nu nog grotendeels zonder problemen doen. Omdat Parkinson meestal langzaam erger wordt, is het echter aan te raden rekening te houden met problemen in de toekomst.

Overleg met uw leidinggevende

Overleg tijdig met uw chef of leidinggevende als er door Parkinson problemen ontstaan of dreigen te ontstaan. Uw leidinggevende is als eerste verantwoordelijk voor uw afdeling of team. Hij is daarom ook de eerste die eventuele problemen moet oplossen. U kunt ook advies vragen aan de Arbo-dienst over welke mogelijkheden er zijn om aan te werk te blijven.

Overleg met uw collega’s

U kunt met uw leidinggevende overleggen of uw collega’s verteld moet worden wat er aan de hand is. Dit zal vooral nodig zijn, als zij er ook mee te maken krijgen. Bijvoorbeeld als zij taken van u moeten overnemen. Als u dan niet met ze overlegt, ontstaan gemakkelijk misverstanden.

Op welke manieren kan ik mijn werk aanpassen?

De werkgever moet zorgen voor aangepast werk als u het oude werk niet meer kunt doen. Misschien kunt u door Parkinson niet meer al uw werkzaamheden doen, maar nog wel een gedeelte ervan. Bepaalde taken kunnen dan door collega’s worden overgenomen of misschien helemaal vervallen.

Een andere baan bij uw huidige werkgever

Een andere mogelijkheid is dat u bij uw huidige werkgever een andere baan gaat doen. De Arbo-dienst geeft hierover advies en ondersteuning bij de ziekteverzuimbegeleiding in de arbeidsintegratie. Bij herplaatsing kan uw werkgever een korting op de WW- en WIA-premie krijgen. Deze kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de scholing of begeleiding die u nodig heeft om in de nieuwe baan te functioneren. Zijn de kosten hoger dan de premiekorting? Dan is aanvullende subsidie mogelijk.

Aanpassen van de werktijd

U kunt in deeltijd gaan werken. Dit heeft natuurlijk wel financiële gevolgen. Als u zelf besluit minder te gaan werken, krijgt u minder salaris. Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt verklaard, krijgt u voor een deel een uitkering. Deze ligt lager dan het salaris.

Aanpassen van de werkplek

Het kan nodig zijn dat uw werkplek wordt aangepast. Zo zijn er bepaalde computeraanpassingen die uw werk kunnen vergemakkelijken. Uw werkgever zorgt voor aanpassing van de werkplek. Voorzieningen die persoonsgebonden of meeneembaar zijn, vraagt u zelf aan bij het UWV.

 

Hulp van de overheid

De overheid wil graag dat mensen zo lang mogelijk blijven werken, ook als ze een ziekte of een handicap hebben. Daarom zijn er veel maatregelen genomen om mensen met een ‘structurele beperking’ te ondersteunen, zodat ze toch aan een baan kunnen komen of hun huidige baan kunnen blijven doen. Deze maatregelen staan in de WIA en reïntegratie instrumenten.

 

Adviezen voor het behouden van werk:

Deze adviezen zijn afkomstig van mensen met de ziekte van Parkinson. Wellicht zijn niet alle aanbevelingen voor u van toepassing, deze punten kunnen door verschillende mensen anders ervaren worden.

Probeer tijdsdruk te voorkomen, ideaal is plek/functie waar eigen tempo bepaald/gevolgd kan worden.  

 

Iemand met de ziekte van Parkinson heeft meestal een langzamer tempo. Dat kan ook per dag verschillen. Als u het eigen tempo en ritme aan kan houden kunt u het werk het langst volhouden.

 

Zorg voor een werkplek waar niet te veel ruis is. Iemand met de ziekte van Parkinson kan zich, naar gelang de ziekte vordert, steeds moeilijker op meer dan één aandachtspunt concentreren. Dit geldt zowel voor hoofd- als lichamelijke zaken.

 

Werk niet te lang in dezelfde werkhouding. Afwisseling is goed: lopen – zitten; hoofdwerk – lichamelijke bezigheden.

 

Met een positieve levensinstelling, werk wat u met plezier doet, werkgever en collega’s met begrip voor de situatie, zorgen ervoor dat u nog een tijd helemaal of gedeeltelijk kunt blijven werken.  

 

Belangrijk is om toe te geven als het teveel wordt. Liever een stapje terug, bijvoorbeeld een andere functie als dit mogelijk is, of minder uren / dagdelen, dan ook nog een burn-out.

 

Wanneer u moeite heeft met praten, kunt u proberen in de gaten te houden dat u langzaam en duidelijk blijft praten.

 

U kunt aandacht schenken aan het trillende lichaamsdeel, hierdoor kan de tremor soms afnemen.

 

Wanneer u pijn ervaart in een lichaamsdeel kunt u door middel van rek (een lade opentrekken, trekken aan de rand van het bureau) de pijn verminderen.

 

Goed blijven concentreren op het werk waar u mee bezig bent en concentreren op één werkzaamheid te gelijk.

 

Beginnen met werken

 

Behouden van werk

 

Stoppen met werken

 

Alternatieven



 

 

Copyright © 2007 Parkinson Patienten Vereniging i.s.m. Hogeschool van Amsterdam